Blog

Gepubliceerd op

Waarom ouders het vaak als eersten aanvoelen

Bij vermoedens van hoogbegaafdheid zijn ouders vaak de eersten die merken dat er iets anders speelt. Niet altijd omdat zij daar meteen woorden aan kunnen geven, maar wel omdat zij signalen zien die op school of in andere omgevingen minder zichtbaar zijn.

Veel kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid passen zich snel aan. In de klas gaan zij mee met de groep en laten zij niet altijd zien wat zij denken, begrijpen of nodig hebben. Aan de buitenkant lijkt het daardoor soms alsof alles goed gaat, terwijl er vanbinnen iets knelt.

Thuis wordt dat vaak meer voelbaar. Kinderen komen bijvoorbeeld teleurgesteld uit school met opmerkingen als: "Vandaag heb ik weer niks geleerd." Of ouders merken dat hun kind veel piekert, snel gefrustreerd raakt, eindeloos doorvraagt, sterk reageert op onrecht of juist afhaakt wanneer iets te weinig uitdaging biedt. Ook zien zij vaak dat hun kind behoefte heeft aan diepgang, autonomie en ruimte om op een eigen manier te denken en te leren.

Soms herkennen ouders daarin ook iets van zichzelf. Van hoe zij vroeger op school waren, wat zij misten of waar zij tegenaan liepen. Juist die herkenning maakt dat een vermoeden vaak niet zomaar uit de lucht komt vallen. Gelukkig weten we vandaag de dag veel meer over hoogbegaafdheid dan vroeger, en is er meer aandacht voor wat kinderen in hun ontwikkeling werkelijk nodig hebben.

Dat eerste gevoel van ouders is daarom waardevol. Niet als vaststaand oordeel, maar als belangrijk signaal dat serieus genomen mag worden. Juist omdat kinderen zich zo goed kunnen aanpassen, is wat ouders thuis zien en aanvoelen vaak een onmisbare bron van inzicht.

Ouders hebben dus niet zomaar "een vermoeden". In veel gevallen herkennen zij als eersten dat hun kind iets nodig heeft wat niet altijd direct zichtbaar is: meer begrip, meer uitdaging en een omgeving die echt aansluit bij wie het is.

Terug naar blogoverzicht op de homepage